Overwinterende Klapeksters in Nederland

Vele Drentse vogelaars meldden jarenlang waargenomen Klapeksters. Ook zijn er jaarlijks wintertellingen gedaan, gecoördineerd door de WAD. Overzichten van aantallen en verspreiding zijn via onze nieuwsbrief gepubliceerd.

Een aantal jaren geleden zijn deze tellingen ook landelijk uitgevoerd. Daardoor is dit Drentse initiatief wat naar de achtergrond verdwenen en opgegaan in deze landelijke telling. In Limosa zijn een tweetal artikelen opgenomen over de resultaten van deze landelijke tellingen. Beide artikelen zijn in het downloadmenu op te vragen.

 

Resultaten
Klapeksters lijken zo eenvoudig om te tellen, vaak zittend in de top van een den of berk in open landschap. De werkelijkheid is anders, want bij een eenmalig bezoek wordt maar 53% van de vogels opgemerkt. Hiermee rekening houdend kunnen de getelde aantallen worden omgerekend tot schattingen van de werkelijk aanwezige winterpopulatie.

Sterk variabele aantallen
De aantallen overwinteraars verschillen sterk per winter. In heel slappe winters gaat het naar schatting om 150-300 exemplaren, in heel goede winters om een veelvoud, wellicht 400-650. De aantallen bij ons corresponderen goed met indexen van de Zweedse broedpopulatie en het aantal dat genoteerd wordt bij dagelijkse trektellingen in Falsterbo, de uiterste zuidpunt van Zweden.

Drentse aantallenklapekster5
in het artikel in Limosa worden voor Drenthe de volgende aantallen genoemd:
2007/08  85
2008/09  52
2009/10  17
2010/11  19
2011/12  36
Brongegevens van eerdere tellingen geven aantallen aan die gemiddeld hoger liggen dan in dit overzicht gemeld. Drenthe was/is bij uitstek een vogel van onze provincie, maar de provincies Gelderland en Noord-Brabant zijn ons nu voorbij gegaan wat aantallen betreft. Zouden er nu echt minder Klapeksters in Drenthe zitten? Of is door de landelijke telling de belangstelling voor deze soort in onze provincie afgenomen?

Lichte toename
Als Nederlandse overwinteraar werd de Klapekster schaarser in het laatste kwart van de 20e eeuw. Sinds de eeuwwisseling nemen de aantallen weer wat toe, zij het met forse jaarlijkse schommelingen. Afname en toename houden hoogstwaarschijnlijk verband met ontwikkelingen in de Zweedse broedpopulatie.

Tellers bedankt!
Aan de klapekstertellingen deden veel mensen mee, die daarvoor niet zelden onaangename weersomstandigheden moesten trotseren. Heel veel dank voor jullie inzet! Sommige telploegen onderzoeken al tientallen jaren ‘hun’  eigen omgeving op overwinterende Klapeksters. Dat levert belangrijk referentiemateriaal op en we hopen dat ze daarmee doorgaan.

 

Geef een reactie